Graasprojecten”Het Zwarte Schaap”

Is een privé-initiatief dat zich als doel stelt bijzondere schapenrassen in natuurbeheer in te zetten. We werken met enkele uitzonderlijke rassen: Hebridean of Saint Kilda, Noord-Afrikaans Bergschaap, Black Welsh Mountainsheep. Het eerste en het tweede behoren tot de zeer antieke rassen. Het laatste is een meer voorkomend ras in Wales. Het is echter voornamelijk geselecteerd op resistentie en capaciteiten om te overleven op moeilijke gronden. De kudde bestaat voor ¾ uit Hebrideanschapen. Dit ras is echt wel een geval apart. De oorsprong van het ras gaat terug tot de invasies van de Noormannen in Noord Schotland. Deze brachten hun eigen schapen mee. Die werden op hun beurt de basis voor een 7-tal bijzondere en kleine schapenrassen die vandaag nog overleven in die regio,  op de Shetlands, de Far Oer en op IJsland. De lokale bevolking selecteerde telkens op eigenschappen die zij belangrijk achtten. In ons geval was dit vooral de zwarte wol en het vermogen om op zeer arme gronden nog zeer gezond te functioneren. Deze rassen bezitten nog een zeer complex genenpotentieel. In een kudde herken je duidelijke verschillen tussen de individuen. Er komen ook nog kenmerken voor die wijzen op grote verwantschap met de allereerste (wilde) schapenrassen. De sierlijke hoornen (20% van de dieren zijn multihoornig) vormen daar een onderdeel van.

De Afrikaanse schapen zijn er eerder door toeval bijgekomen, maar bewijzen hun diensten als zeer sterk, quasi even primitief ras als de Hebridean. Het zijn daarenboven haarschapen. Ze produceren bijna geen wol en ruien op een natuurlijke manier. Dit maakt hen bijzonder weerstandig tegen myasis (zeer schadelijke wolvlieg).

Schapen zijn ook een gemakkelijker diersoort om te behandelen dan paarden, pony’s of runderen. Deze grote dieren grijpen soms ook wel erg drastisch in op de gebieden waar zij grazen. Niet in het minst doordat zij zo’n zware poten hebben en een degelijke portie mest achterlaten. Niet alle gronden zijn daarom geschikt voor grotere dieren. Schapen vormen een alternatief voor sommige aspecten van dat graasbeheer. Verschillende schapenrassen (zeker ook sommige heideschapen van bij ons) kunnen hiervoor in aanmerking komen.

Hebrideans zijn in het vorige decennium in Engeland “herontdekt” als een bijzonder interessant ras om ingezet te worden in het natuurbeheer. Vooreerst heeft het kwaliteiten van primitieve schapen zoals: weinig last van wormen en van voetrot, gemakkelijk aflammeren zonder tussenkomst van de mens, zich vlot aanpassen aan zeer uiteenlopende omgevingen, rond komen met wat het vindt op schrale gronden. Daarnaast kunnen ze zeer goed overleven op zeer schrale gronden. Getuige daarvan is het feit dat ze blijven tweelingen geven, ook wanneer ze op een overlevingsdieet staan. Wat deze Hebrideans bijzonder maakt, is het feit dat het echte trekkers en tezelfdertijd ook knabbelaars zijn. Net zoals reeën of elanden trekt de kudde de hele dag rond en graast gras en kruiden, knabbelt aan planten struiken en bomen, voedt zich aan schors, …. Daardoor grijpen ze geleidelijk maar tezelfdertijd zeer grondig in op sommige planten.

Onderzoek in Engeland heeft aangetoond dat Hebrideans beter dan welk ander ras ook in staat zijn het pijpestrootje terug te dringen. Dit is een vrij agressieve grassoort die bijzonder goed gedijt op heidegronden. Indien het hoge gras niet voldoende kort wordt afgegeten, slaat de plant elk jaar voedsel op om de winter goed door te komen. Zo ontstaan dikke bulten die steeds meer een vast tapijt gaan vormen, dat verder verrijkt wordt met andere grassen. Op deze manier raken steeds meer heidegronden overwoekerd, temeer daar deze planten nog eens extra bevoordeligd worden door de zure regen. Het is een van die grassoorten die door veel schapenrassen gemeden worden of slechts in beperkte mate begraasd, zodat het toch goed kan door de winter geraken. Drie jaar intensieve begrazing op de heide van het Rode Bos heeft ertoe geleid dat daar de heide volop aan het winnen is en de overdaad aan pijpestro en bochtige smele ernstig is teruggedrongen.

Maar niet alleen deze gras- en kruidenlaag wordt aangepakt. Deze primitieve schapen hebben een bijzondere interesse voor vogelkers, houden van allerlei jonge boomopslag, blijken zich aardig te voeden met adelaarsvaren, eten de jonge bramen weer weg. Sommige van deze planten bevatten teveel giftige stoffen om in de maag van andere rassen en diersoorten op een gezonde manier verteerd te worden. 

Tenslotte gaan ze tijdens de winter ook zegge- en russensoorten te lijf. Kortom, de schapen zijn zeer handige helpers om allerlei percelen (droge en natte weides, half-open land, bosgebied, zand- en kalkbodems) mee op te ruimen en te onderhouden. Voor elk van deze gebieden hebben we ofwel zelf ervaring of kennen we graasprojecten in Engeland en Nederland die tot gewenste resultaten hebben geleid.  Ondertussen helpen ze volop om oude heidegebieden weer kans te geven. Zo zijn ze een rechtstreekse medewerker van het natuurbeheer nadat de mens de ruimtes opnieuw heeft open gemaakt, soms geplagd, zodat de heide opnieuw kansen kan krijgen.

Het privé project “Het Zwarte Schaap” is eigenlijk een uit de hand gelopen hobby. Er wordt momenteel met verschillende partners samengewerkt: Stad Leuven (Kesselberg), Aminal Natuur OostBrabant (Rode Berg, Laanvallei, Beniksberg, Eyckelenberg), Aminal Bos en groen (Chartreuzenberg) en Natuurreservaten (Haacht & Diest). Voor elk van deze gebieden worden er duidelijke afspraken gemaakt. Het beheer van de schapen staat altijd in functie van de noden van het natuurbeheer. Anderzijds moet de eigenaar van de domeinen er rekening mee houden dat deze kuddes niet zomaar kunnen weggehaald worden en op een vrije weide gaan grazen. Daarom moet elk project goed uitgekiend worden. En ook hier maken goede afspraken weer goede vrienden.

Het gaat telkens om zeer verscheiden gebieden. Deze primitieve schapen kunnen dus zeer uiteenlopende bodems en begroeiingen aan. In de zomer staan ze meestal op droge heidegebieden en s’winters voeden ze zich aan wat de rijke hooilanden opleveren in het najaar. Deze hooilanden moeten ook kort het voorjaar in kunnen zodat ze steeds meer ruimte en licht geven aan allerlei bloemen (oa.:orchideën!) en kruiden die dan weer andere insecten en dus ook weer nieuwe vogels mee brengen. Door die doorgedreven winterbegrazing worden de gebieden trouwens voedselarm gehouden. De schapen nemen immers meer weg uit de bodem dan dat ze eraan toevoegen.

Op die manier kunnen we elk jaar de lammeren groot krijgen zonder ze echt te moeten bijvoederen. Het is natuurlijk de kunst om een kudde in stand te houden die niet te klein is om vanaf de lente tot het begin van de herfst de rijke groei aan te kunnen maar anderzijds ook weer niet zo groot dat ze in de winter nog voldoende voedsel vinden om zonder al te grote kosten weer klaar te staan voor een volgend lammerseizoen…

In ons project streven we ernaar om zoveel mogelijk ooitjes opnieuw in te zetten in natuurgebieden. Er bestaan twee mogelijke formules:

  1. Een organisatie koopt een aantal dieren naar eigen keuze. Ze wordt volledig eigenaar. Indien gewenst, kan de koper eventueel deelnemen aan een ruilsysteem om na twee jaar een nieuwe dekram in te kunnen zetten.
  2. We staan een aantal de dieren af die worden ingezet in nieuwe gebieden die door een organisatie beheerd worden. We sluiten overeenkomsten af met organisaties, waardoor beheerders gratis kunnen beschikken over goede dieren, in ruil voor de opbrengst van slachtrammetjes. De persoon die op de dieren past kan natuurlijk beschikken over een slachtrammetje. In de mate van het mogelijke (afstand en tijd!) begeleiden we de beheerders bij hun eigen graasproject.

Bij de twee formules gaan we vooraf na in hoeverre kandidaat beheerders met schapen kunnen omgaan. Niet dat dit zeer moeilijk is, maar er is toch wel enige volhoudende toewijding voor nodig! Daarenboven is de organisatie van het hele begrazingsproject niet iets dat je zomaar beslist: afrastering, minimale schuilmogelijkheden, voedselvoorziening tot op het einde van de winter, wekelijks toezicht, kunnen de dieren verplaatsen, organisatie van het scheren, …

De tweede formule kan voor verschillende natuurverenigingen een ideale oplossing zijn. De investering wordt zo laag mogelijk gehouden doordat deze kostbare dieren niet moeten betaald worden. En er kan genoten worden van de opgedane deskundigheid.

Zo hebben we de kudde van Natuurpunt Diest (Paepenbroek) stevig aangevuld en leidt de samenwerking aldaar tot boeiend onderzoek naar meer complexe begrazingsstrategieën.

In de toekomst achten we het mogelijk ook ooitjes voor verkoop aan te bieden aan hobbykwekers. Hebrideans zijn immers zeer mooie en gezonde dieren die met bijzonder weinig zorg toch gezond kunnen overleven en tezelfdertijd een lust blijven voor het oog!

De beperkte opbrengst (verkoop van slachtrammetjes die een bijzonder lekker en gezond vlees produceren!) dient om de gemaakte kosten (verplaatsing, veterinaire kosten, administratie,…) in evenwicht te brengen en een paar werkhonden te onderhouden. Zonder die twee intelligente en hard werkende collega’s zou het onmogelijk zijn deze pientere schapen te kunnen beheren. Immers, zolang deze kuddes weinig contact hebben met mensen, blijven ze bijzonder schuchter. Ze leren wel hun vaste bezoeker kennen. Maar doordat ze niet bijgevoederd worden, worden ze niet beloond voor toenadering tot mensen. Ook van bekenden blijven ze enige respectabele afstand houden. Ze kennen daarenboven zoveel beter de vluchtwegen in het bos. En deze primitieve schapen laten zich helemaal niet zomaar “als een kudde schapen naar de slachtbank” drijven! Overleven is hen aangeboren. En van die enorme kwaliteit, daar maken we natuurlijk gebruik van, … in het natuurbeheer.

Meer info over dit project: Patrick Stubbe, Bergstraat 35 te 3010 Kessel-Lo (patrick.stubbe@pandora.be)

Misschien ook interessant

Reacties gesloten.